
botsen
to collide, to clash
Forms you will meet
- botsen
- botsing
- botst
- botste
- botsten
- gebotst
- gebotste
Meaning
- to collide
- to clash
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- botste
- Past participle (perfectum)
- gebotst
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “Rond 10.00 uur botste een sprinter op een vrachtwagen bij de spoorwegovergang aan de Horsterweg in Ermelo.”From this article →
- “hoe groter de kans dat dingen gaan botsen”From this video →
- “Rond 22.00 uur bij Potsdamer Platz reed een witte bestelbus op Pride-bezoekers in en botste tegen een boom.”From this article →
Save this word and practice it later.