bijwonen

to attend

Forms you will meet

  • bijwoont
  • wonen bij
  • woont bij

Past tenses

Simple past (imperfectum)
woonde bij
Past participle (perfectum)
bijgewoond
Auxiliary
hebben

In a real sentence

  • “Willem-Alexander, Beatrix en premier Rob Jetten wonen de ceremonie bij.”From this article →
  • “Volgens het Noord-Koreaanse persbureau KCNA woont Kim Jong-un een proeflancering bij”From this article →
  • “Noord-Koreaanse staatsmedia melden dat Kim Jong-un met zijn tienerdochter een nieuwe rakettest bijwoont.”From this article →

Save this word and practice it later.

Look up another word