bijstellen

to adjust, to revise

Forms you will meet

  • bijgesteld
  • bijstellen

Meaning

  • to adjust
  • to revise

Past tenses

Simple past (imperfectum)
stelde bij
Past participle (perfectum)
bijgesteld
Auxiliary
hebben

In a real sentence

  • “Eerdere aantallen, 18 gewonden en 2 ernstig, zijn naar beneden bijgesteld.”From this article →
  • “De planning verschoof van donderdag naar vandaag, daarna naar maandag, en is nu bijgesteld naar dinsdagochtend.”From this article →
  • “Volgens de WHO is het aantal vermoedelijke ebolagevallen in de DR Congo fors bijgesteld: van meer dan 900 naar 116”From this article →

Save this word and practice it later.

Look up another word