bijhoren
to belong to
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- hoorde bij
- Past participle (perfectum)
- bijgehoord
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “Het IOC zegt dat het hoort bij een serie met oude posters en logo's van de Spelen uit 130 jaar.”From this article →
Save this word and practise it later.