bezweren

to assure

Past tenses

Simple past (imperfectum)
bezwoer
Past participle (perfectum)
bezworen
Auxiliary
hebben

In a real sentence

  • “Een setje kinderpostzegels en een heel mooi vogelhuisje waarvan de meiden mij hebben bezworen dat ik het zelf in elkaar zou kunnen zetten.”From this video →

Save this word and practice it later.

Look up another word