
bezighouden
to occupy oneself with
Forms you will meet
- bezighouden
- houdt zich bezig
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- hield bezig
- Past participle (perfectum)
- beziggehouden
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “Nu houdt ze zich bezig met een zaak over genocide op de Rohingya in Myanmar.”From this article →
- “En we hebben vijf eh belangrijke punten waar wij ons ook hè mee bezighouden.”From this video →
Save this word and practice it later.