bevoorraden
to supply
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- bevoorraadde
- Past participle (perfectum)
- bevoorraad
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “Rusland bevoorraadt beide kanten om later een marinebasis te krijgen.”From this article →
- “Eritrea traint SAF-eenheden, terwijl Rusland beide kampen bevoorraadt voor een toekomstige marinebasis.”From this article →
Save this word and practise it later.