betwijfelen

to doubt

Past tenses

Simple past (imperfectum)
betwijfelde
Past participle (perfectum)
betwijfeld
Auxiliary
hebben

In a real sentence

  • “Hij hekelt Europese aarzeling en betwijfelt of de NAVO op tijd en krachtig zou ingrijpen.”From this article →

Save this word and practice it later.

Look up another word