besturen

to control, to drive, remotely controlled, to govern

Also used as: adjective

Forms you will meet

  • besturen
  • bestuur
  • bestuurd
  • bestuurt
  • werd bestuurd

Meaning

  • to control
  • to drive
  • remotely controlled
  • to govern

Past tenses

Simple past (imperfectum)
bestuurde
Past participle (perfectum)
bestuurd
Auxiliary
hebben

In a real sentence

  • “In de cockpit, de plek waar piloten het vliegtuig besturen, stak één van de piloten de ander waarschijnlijk met een mes.”From this video →
  • “Die gebruikt hij voor zijn werk. Eh Robin bestuur ik gewoon met een game controller.”From this video →
  • “dat software ontwikkelt om drones te besturen.”From this article →

Save this word and practice it later.

Look up another word