besmetten
to infect
Forms you will meet
- besmet
- besmette
- besmetten
- besmetting
- besmettingen
- heeft besmet
- is besmet
- kan besmetten
- raakt besmet
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- besmette
- Past participle (perfectum)
- besmet
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “Het LUMC bereidt de opvang voor van een hulpverlener die in de Democratische Republiek Congo met ebola is besmet.”From this article →
- “Afgelopen week kwamen 16 meldingen binnen, waarmee het totaal op 44 besmettingen in Nederland staat.”From this article →
- “Het totaal aantal besmette mensen in Nederland staat nu op 44.”From this article →
Save this word and practice it later.