bepleiten
to advocate
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- bepleitte
- Past participle (perfectum)
- bepleit
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “Jetten bepleit een kabinet van D66, CDA, VVD en GroenLinks-PvdA (86 zetels).”From this article →
- “Belangrijke verschillen: de EU wil een limiet van 800.000 militairen in vredestijd, niet 600.000 zoals Washington bepleit.”From this article →
Save this word and practise it later.