
benoemen
to appoint, to mention, to name, appointed
Forms you will meet
- benoemd
- benoemde
- benoemen
- benoeming
- benoemt
Meaning
- to appoint
- to mention
- to name
- appointed
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- benoemde
- Past participle (perfectum)
- benoemd
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “Fatima Zahra El Mansouri is door koning Mohammed VI tot premier benoemd na de stembusgang van vorige week”From this article →
- “Koning Mohammed VI benoemt Fatima Zahra El Mansouri tot premier na de verkiezingen van vorige week.”From this article →
- “Je mag niet benoemen dat het nou zo slecht gaat met de economie.”From this video →
Save this word and practice it later.