beeindigen
to end
Forms you will meet
- beeindigd
- beeindigde
- beeindigden
- beeindigen
- beeindigt
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- beëindigde
- Past participle (perfectum)
- beëindigd
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “Willem-Alexander en Máxima beëindigden hun driedaags bezoek aan Suriname met een tocht over de Surinamerivier”From this article →
- “In Berlijn is voor de tweede dag overleg tussen vertegenwoordigers uit de VS en Europa en de Oekraïense president Zelensky over het beëindigen van de oorlog.”From this article →
- “Het gaat om veiligheidsgaranties, herstel van schade en een basisafspraak om de oorlog te beëindigen.”From this article →
Save this word and practise it later.