beeindigen

to end

Forms you will meet

  • beeindigd
  • beeindigde
  • beeindigden
  • beeindigen
  • beeindigt

Past tenses

Simple past (imperfectum)
beëindigde
Past participle (perfectum)
beëindigd
Auxiliary
hebben

In a real sentence

  • “Eising kondigde eerder aan na dit seizoen te stoppen, maar hij beëindigt zijn loopbaan nu meteen.”From this article →
  • “Shelton kon de Amerikaanse droogte sinds Andy Roddick in 2003 niet beëindigen, tot teleurstelling van een vol Arthur Ashe Stadium.”From this article →
  • “De Hindenburgramp in 1937, met 36 doden en 62 overlevenden, beëindigde hun glorietijd.”From this article →

Save this word and practice it later.

Look up another word