beedigen
to swear in, to be sworn in
Meaning
- to swear in
- to be sworn in
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- beëdigde
- Past participle (perfectum)
- beëdigd
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “Utrechtse Abelardo de la Espriella beedigd als president van Colombia.”From this video →
- “Vandaag wordt het minderheidskabinet Jetten beëdigd in paleis Huis ten Bosch.”From this article →
- “Volgende week maandag zullen al die mensen worden beëdigd.”From this video →
Save this word and practice it later.