balen
to be annoyed, to be disappointed, to be fed up, to be a bummer, to be upset
Forms you will meet
- baalt
- balen
Meaning
- to be annoyed
- to be disappointed
- to be fed up
- to be a bummer
- to be upset
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- baalde
- Past participle (perfectum)
- gebaald
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “Hij baalt heel erg van wat de supporters hebben gedaan.”From this video →
- “En volgens Omar zijn sommige Nederlandse fans anti Argentinië omdat ze nog balen van het verlies van vier jaar geleden in Qatar.”From this video →
- “De één baalt, de ander is blij met de uitslag.”From this video →
Save this word and practice it later.