annuleren
to cancel
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- annuleerde
- Past participle (perfectum)
- geannuleerd
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “Tijdens de uitzending volgden meerdere uitstelmomenten en uiteindelijk werd de vlucht geannuleerd; een nieuwe datum is nog niet bepaald.”From this article →
Save this word and practise it later.