afzien

to suffer, to refrain from, to give up

Forms you will meet

  • af te zien
  • afzien
  • afzien van
  • afziet van

Meaning

  • to suffer
  • to refrain from
  • to give up

Past tenses

Simple past (imperfectum)
zag af
Past participle (perfectum)
afgezien
Auxiliary
hebben

In a real sentence

  • “Je bent zo aan het afzien en eh je bent je staat er echt helemaal alleen voor.”From this video →
  • “Trump riep premier Netanyahu op af te zien van een tegenaanval”From this article →
  • “Het grootste probleem is het Iraanse kernprogramma en de eis dat Iran afziet van een bom of snelle productie.”From this article →

Save this word and practice it later.

Look up another word