afwijken
to deviate
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- week af
- Past participle (perfectum)
- afgeweken
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “Beide landen zetten stoorzenders in, waardoor drones kunnen afwijken.”From this article →
- “Beide partijen gebruiken stoorzenders, waardoor drones kunnen afwijken”From this article →
- “maar die blijkt vaak verouderd en kan afwijken van de werkelijkheid.”From this article →
Save this word and practise it later.