afwerken

to finish

Past tenses

Simple past (imperfectum)
werkte af
Past participle (perfectum)
afgewerkt
Auxiliary
hebben

In a real sentence

  • Argentinië moest de extra tijd met tien man afwerken, nadat Enzo Fernández in blessuretijd zijn tweede geel kreeg.From this article
  • En dit kunnen we dan afwerken met de lokmachine, zodat het niet meer verder avt.From this video

Save this word and practise it later.

Look up another word