afkomen
to get rid of, to flock to
Forms you will meet
- afkomen
- op afkomen
Meaning
- to get rid of
- to flock to
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- kwam af
- Past participle (perfectum)
- afgekomen
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “Volgens deskundigen is de kans groot dat we niet meer van deze mug afkomen in Nederland.”From this video →
- “Voor een afgeladen Copacabana geeft Shakira een gratis concert waar circa twee miljoen mensen op afkomen.”From this article →
Save this word and practise it later.