
afkeuren
to disallow, to reject, to condemn, masked, to disapprove
Forms you will meet
- afgekeurd
- afgekeurde
- afkeurt
- keurde af
- keuren af
- keurt af
Meaning
- to disallow
- to reject
- to condemn
- masked
- to disapprove
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- keurde af
- Past participle (perfectum)
- afgekeurd
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “Vroeg in de wedstrijd keurde de arbiter een treffer van Christos Tzolis af”From this article →
- “Denzel Dumfries scoorde twee keer, maar de scheidsrechter keurde beide goals af wegens buitenspel.”From this article →
- “maar scheidsrechter Alejandro Hernández keurde het doelpunt na VAR ingrijpen af”From this article →
Save this word and practice it later.