afhaken
to drop out, to withdraw, to pull out
Forms you will meet
- afhaken
- haakte af
- haakten af
- is afgehaakt
- moest afhaken
Meaning
- to drop out
- to withdraw
- to pull out
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- haakte af
- Past participle (perfectum)
- afgehaakt
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “Jan Paul van Hecke haakte op de laatste training in Zeist af met een voetblessure.”From this article →
- “Ik vind het persoonlijk heel jammer als Nederland zou afhaken.”From this video →
- “Onderdelen uit Azië kwamen niet op tijd, klanten haakten af en voorraden groeiden.”From this article →
Save this word and practice it later.