afbranden
to burn down
Forms you will meet
- afbrandden
- afgebrand
- brandde af
- brandden af
- branden af
- brandt af
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- brandde af
- Past participle (perfectum)
- afgebrand
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “In Spanje brandt dit jaar 130.000 hectare natuur af”From this article →
- “bijna elke week brandt ergens in Nederland een stal af”From this video →
- “In Amsterdam zijn mensen erg geschrokken van een grote brand in de stad. Daarbij is een oude kerk afgebrand.”From this video →
Save this word and practise it later.