aarzelen

to hesitate

Forms you will meet

  • aarzelden
  • aarzelen

Past tenses

Simple past (imperfectum)
aarzelde
Past participle (perfectum)
geaarzeld
Auxiliary
hebben

In a real sentence

  • hoge prijzen die marktpartijen doen aarzelen om nu te kopenFrom this article
  • Banken aarzelden vaak, omdat onduidelijk was of het om een groep of rechtspersoon ging, iets dat nu helder wordt.From this article

Save this word and practise it later.

Look up another word