
aanzetten
to switch on; to activate, to encourage, to turn on, to start, to incite
Forms you will meet
- aangezet
- aanzet
- aanzetten
- zet aan
- zetten aan
Meaning
- to switch on; to activate
- to encourage
- to turn on
- to start
- to incite
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- zette aan
- Past participle (perfectum)
- aangezet
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “Het KNMI zet morgen het Nationaal Hitteplan aan voor Zeeland, Zuid-Holland, Noord-Brabant, Limburg, Utrecht, Gelderland en Overijssel.”From this article →
- “webshops moeten berichten tonen die aanzetten tot reparatie, hergebruik en minder kopen.”From this article →
- “Rond 12.00 uur laden zij juist op en zetten zij apparaten aan.”From this article →
Save this word and practice it later.