de aanwezige

person present, attendees

de or het?

de

Meaning

  • person present
  • attendees

In a real sentence

  • “Sah had ondergronds contact met drie of vier collega's en waarschuwde 40 tot 45 aanwezigen, waardoor hij zelf niet weg kon.”From this article →
  • “Binnen zijn circa dertig aanwezigen voor een bijeenkomst van de Jonge Democraten.”From this article →
  • “Tijdens zijn eerste kerstelijke urbi et orbi sprak Leo XIV vanaf het balkon van de Sint-Pieter tot circa 26.000 aanwezigen in de regen.”From this article →

Save this word and practice it later.

Look up another word