
aanvliegen
to collide with
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- vloog aan
- Past participle (perfectum)
- aangevlogen
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “Het dier was tegen een helikopter aangevlogen en daardoor moest de piloot een noodlanding maken.”From this video →
Save this word and practice it later.