aantrekken
to put on, to increase, to attract, to rise
Forms you will meet
- aangetrokken
- aantrekkende
- trekt aan
- trok aan
- trokken aan
Meaning
- to put on
- to increase
- to attract
- to rise
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- trok aan
- Past participle (perfectum)
- aangetrokken
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “De Zwitserse neemt de leiding en trekt het geel aan”From this article →
- “en door aantrekkende wind verplaatst het vuur zich richting noorden”From this article →
- “als een magneet aangetrokken door de medailles”From this video →
Save this word and practice it later.