aantrekken
to rise, to put on, to attract, to increase
Forms you will meet
- aangetrokken
- aantrekkende
- trekt aan
- trok aan
- trokken aan
Meaning
- to rise
- to put on
- to attract
- to increase
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- trok aan
- Past participle (perfectum)
- aangetrokken
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “De koers trok ook aan na een Amerikaanse aanval op Venezuela.”From this article →
- “Enkele medewerkers trokken direct ademhalingsmaskers aan en hielpen collega’s naar veilige plekken.”From this article →
- “Tulp Fonds trekt 34 topwetenschappers aan, vooral uit de VS”From this article →
Save this word and practise it later.