aanscherpen
to sharpen, to tighten, sharpening, to improve, to intensify
Also used as: noun
Forms you will meet
- aangescherpt
- aanscherpen
- scherpt aan
- scherpte aan
Meaning
- to sharpen
- to tighten
- sharpening
- to improve
- to intensify
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- scherpte aan
- Past participle (perfectum)
- aangescherpt
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “Asayech Ayichew zegevierde in de Dam tot Damloop en scherpte het parcoursrecord aan tot 50.50.”From this article →
- “Polarsteps ontkent een datalek, maar scherpt de beveiliging aan.”From this article →
- “Ze staat in de finale van dinsdag 18.42 uur en richt zich op het aanscherpen van haar wereldrecord van 51,68, gezwommen op 27 juni in Rome.”From this article →
Save this word and practice it later.