
aanpassen
to adjust, to adapt, to amend, to change
Forms you will meet
- aan te passen
- aangepast
- aangepaste
- aanpassen
- aanpast
- passen aan
- passen hun aanpak aan
- passen zich aan
- past aan
- paste aan
Meaning
- to adjust
- to adapt
- to amend
- to change
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- paste aan
- Past participle (perfectum)
- aangepast
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “Dat moet allemaal nu meteen goed gaan en je wil eigenlijk niet oefenen en proberen en dingen maken aanpassen”From this video →
- “De hackers passen ook de vacaturepagina aan met de tekst”From this article →
- “Bij Abcoude en Nieuwer ter Aa passen ze het fietspad aan.”From this article →
Save this word and practice it later.