aanpassen
to adapt, to amend, to adjust, to change
Forms you will meet
- aan te passen
- aangepast
- aangepaste
- aanpassen
- aanpast
- passen aan
- passen zich aan
- past aan
- paste aan
Meaning
- to adapt
- to amend
- to adjust
- to change
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- paste aan
- Past participle (perfectum)
- aangepast
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- βAangepaste planten komen straks makkelijker op ons bord.βFrom this article β
- β𧬠Aangepaste planten komen over een paar jaar makkelijker op ons bordβFrom this article β
- βNoord-Korea past zijn wet aan en noemt Zuid-Korea voortaan een apart land.βFrom this article β
Save this word and practise it later.