aankunnen
to cope with, to cope
Forms you will meet
- aankan
- aankunnen
- kan niet aan
Meaning
- to cope with
- to cope
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- kon aan
- Past participle (perfectum)
- aangekund
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “zodat het station meer reizigers aankan.”From this article →
- “Pomp bij Twentekanaal kan laag water niet aan, kanaal gaat vaker dicht”From this article →
- “Volgens CBS News zouden de slagen zo hevig zijn dat Iran het niet meer aankan.”From this article →
Save this word and practice it later.