aankunnen
to cope with, to cope
Forms you will meet
- aankan
- aankunnen
Meaning
- to cope with
- to cope
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- kon aan
- Past participle (perfectum)
- aangekund
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “Ze is bang dat er opnieuw jonge mensen komen die al dat werk niet aankunnen.”From this video →
- “Daardoor verspreidt de ziekte sneller dan hulpverleners aankunnen”From this video →
- “CBS News citeert Trump dat de slagen zo zwaar zouden zijn dat Iran het niet meer aankan.”From this article →
Save this word and practise it later.