
aankomen
to arrive, to anticipate
Forms you will meet
- aangekomen
- aankomen
- aankwamen
- komen aan
- komen al aan
- komt aan
- kwam aan
- kwam hier gister aan
- kwamen aan
- zien aankomen
Meaning
- to arrive
- to anticipate
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- kwam aan
- Past participle (perfectum)
- aangekomen
- Auxiliary
- zijn
In a real sentence
- “In die tijd vertrekken geen schepen en komen er geen schepen aan.”From this article →
- “Test met medische drone is een succes, bloed komt in 14 minuten aan”From this article →
- “Dat had echt niemand heel lange tijd niet zien aankomen”From this video →
Save this word and practice it later.