aanhouden

to arrest, to maintain, to stop, to continue, to detain

Forms you will meet

  • aangehouden
  • aanhielden
  • aanhouden
  • aanhoudingen
  • aanhoudt
  • hield aan
  • hielden aan
  • hielden hem aan
  • hielden hem direct aan
  • houden aan
  • houdt aan
  • houdt hem aan
  • houdt ze aan
  • werd aangehouden

Meaning

  • to arrest
  • to maintain
  • to stop
  • to continue
  • to detain

Past tenses

Simple past (imperfectum)
hield aan
Past participle (perfectum)
aangehouden
Auxiliary
hebben

In a real sentence

Save this word and practice it later.

Look up another word