aanhouden

to arrest, to detain, to continue, to last

Forms you will meet

  • aangehouden
  • aanhielden
  • aanhouden
  • aanhoudingen
  • aanhoudt
  • hield aan
  • hielden aan
  • hielden hem aan
  • hielden hem direct aan
  • houden aan
  • houdt aan
  • houdt hem aan
  • werd aangehouden

Meaning

  • to arrest
  • to detain
  • to continue
  • to last

Past tenses

Simple past (imperfectum)
hield aan
Past participle (perfectum)
aangehouden
Auxiliary
hebben

In a real sentence

  • In Lahr (Zuid-Duitsland) is een 17-jarige aangehouden omdat hij bij een Kristallnacht-herdenking een Israëlische vlag zou hebben gestolen en trachtte aan te steken.From this article
  • En daarvoor zijn deze personen ook aangehouden.From this video
  • De 47-jarige Ben Roberts Smith is op het vliegveld van Sydney aangehouden.From this article

Save this word and practise it later.

Look up another word