
aanhouden
to arrest, to maintain, to stop, to continue, to detain
Forms you will meet
- aangehouden
- aanhielden
- aanhouden
- aanhoudingen
- aanhoudt
- hield aan
- hielden aan
- hielden hem aan
- hielden hem direct aan
- houden aan
- houdt aan
- houdt hem aan
- houdt ze aan
- werd aangehouden
Meaning
- to arrest
- to maintain
- to stop
- to continue
- to detain
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- hield aan
- Past participle (perfectum)
- aangehouden
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “Er zijn tot nu toe 27 mensen gewond geraakt en meer dan 150 mensen zijn aangehouden.”From this video →
- “terwijl de staat alleen een strategische reserve aanhoudt voor tekorten, niet om prijzen te drukken.”From this article →
- “Een passerende wagen is toch aangehouden.”From this article →
Save this word and practice it later.