aangaan
to switch on, to embark on, to come on
Forms you will meet
- gaan aan
- gaat aan
- is aangegaan
Meaning
- to switch on
- to embark on
- to come on
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- ging aan
- Past participle (perfectum)
- aangegaan
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “Als het water te hoog staat, gaan de pompen aan.”From this article →
- “Overdag helpt zonne-energie, maar in de avond gaan gascentrales aan en dat maakt stroom duur.”From this article →
- “Alleen ja, er is er eentje tussen eh die het toch het avontuur is aangegaan.”From this video →
Save this word and practice it later.