aandoen
to inflict, to call at
Meaning
- to inflict
- to call at
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- deed aan
- Past participle (perfectum)
- aangedaan
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “waarbij Emma en ik onszelf het aandoen om gestoken en geprikt te worden”From this video →
- “De Verenigde Staten willen de druk op president Maduro opvoeren met een blokkade voor alle gesanctioneerde olietankers die Venezuela aandoen.”From this article →
- “Dat kun je mensen niet aandoen.”From this video →
Save this word and practice it later.