verhuizen
to relocate, to move house, to move, to move (change residence)
Vormen die je tegenkomt
- te verhuizen
- verhuis
- verhuisd
- verhuisde
- verhuist
- verhuizen
- verhuizing
Betekenis
- to relocate
- to move house
- to move
- to move (change residence)
Stamtijden
- Verleden tijd (imperfectum)
- verhuisde
- Voltooid deelwoord (perfectum)
- verhuisd
- Hulpwerkwoord
- zijn
In een echte zin
- “Maar de dieren moeten verhuizen naar een natuurgebied dat zo'n 100 km verderop ligt.”Uit deze video →
- “De zomer van... Cato en Vicky, die verhuizen naar de grote stad”Uit deze video →
- “Een hele straat moet daar verhuizen omdat ze last hebben van klimaatverandering.”Uit deze video →
Bewaar dit woord en oefen het later.