
thuisbrengen
to recognize
Stamtijden
- Verleden tijd (imperfectum)
- bracht thuis
- Voltooid deelwoord (perfectum)
- thuisgebracht
- Hulpwerkwoord
- hebben
In een echte zin
- “Oh, en dat accent kan ik helemaal niet thuisbrengen.”Uit deze video →
Bewaar dit woord en oefen het later.