Nederlandse bijvoeglijke naamwoorden
1280 woorden · Pagina 1 van 7
- aandoenlijk
- aaneengesloten
- aangedreven
- aangenaam
- aangepast
- aangrenzend
- aanhoudend
- aankomend
- aannemelijk
- aansprakelijk
- aanspreekbaar
- aanstaande
- aanstekelijk
- aantoonbaar
- aanvallend
- aanvullend
- aanwezig
- aanzienlijk
- aarden
- achtergebleven
- achterstallig
- actueel
- acuut
- afbreekbaar
- afgekeurd
- afgeladen
- afgelegen
- afgeleid
- afgelopen
- afgerond
- afgeschermd
- afgrijselijk
- afhankelijk
- afkomstig
- aflopen
- afnemend
- afschermen
- afschuwelijk
- afvallig
- afwachtend
- afwezig
- afzonderlijk
- akkoord
- algeheel
- alledaags
- allerbeste
- allereerste
- allerlei
- alomvattend
- angstig
- arbeidsongeschikt
- autochtoon
- avondvullende
- azijnachtig
- ballistisch
- bang
- beangstigend
- bedachtzaam
- bedekkend
- bedekt
- bedompt
- bedreigd
- bedroefd
- bedwingen
- begaan
- begaanbaar
- begeleidend
- behagelijk
- behandelbaar
- beheersbaar
- beheerst
- behendig
- behouden
- bekend
- bekneld
- belabberd
- belachelijk
- beladen
- belangrijk
- belast
- belastbaar
- belastend
- beluisterd
- bemand
- bemande
- bemoedigend
- benauwd
- benieuwd
- beogen
- beoogd
- bepaald
- bepalend
- beperkt
- bereid
- bereikbaar
- berekend
- bergachtig
- beroemd
- beroerd
- berucht
- beschaafd
- beschadigd
- beschadigen
- beschamend
- beschermd
- beschermend
- beschikbaar
- beschut
- beslissen
- beslissend
- besloten
- besmet
- besmettelijk
- besneeuwd
- bespreekbaar
- bestaand
- bestaande
- bestelbaar
- bestemd
- besturen
- bestuurlijk
- betaalbaar
- betaald
- betrekken
- betrokken
- betrouwbaar
- betwist
- beveiligd
- bevestigd
- bevestigen
- bevoegd
- bevooroordeeld
- bevriend
- bevriezen
- bevrijdend
- bevroren
- bewapend
- beweegbaar
- bewerkt
- bewezen
- bewogen
- bewolkt
- bewoonbaar
- bewust
- bewusteloos
- bezet
- bezetten
- bezig
- bezorgd
- bezweet
- bijkomend
- bijziend
- bijzonder
- bindend
- binnenkomen
- binnenlands
- blaffend
- bleek
- blijvend
- bloedig
- bloot
- bol
- bomvol
- boos
- bozig
- brak
- brandbaar
- brandend
- branderig
- brandwerend
- breed
- breekbaar
- broos
- bruikbaar
- bruto
- bruut
- buitenaards
- buiten adem
- buitengerechtelijk
- buitengewoon
- buitenlands
- buitenspel
- buitensporig
- buitgemaakt
- buitmaken
- centrumrechtse
- chagrijnig
- civiel
- constituerend
- constructief
- contant
- dagelijks
- dakloos
- dapper
- definitief
- demissionair
- dergelijk
- dicht
- dichtbevolkt
- dichtstbijzijnde