smijten
to throw
Stamtijden
- Verleden tijd (imperfectum)
- smeet
- Voltooid deelwoord (perfectum)
- gesmeten
- Hulpwerkwoord
- hebben
In een echte zin
- “Met Pasen smijten we met eieren en met Hemelvaart spoelen we hamburgers door de plee”Uit deze video →
Bewaar dit woord en oefen het later.