Terug naar video’s
B1Het Klokhuis · 5 augustus 13:00

Alles over wielrennen

Transcript

  • Wielrennen, fietsen, maar dan op een
  • racefiets. Een sport waar ze soms wel
  • met 80 km/u de berg afvliegen. Maar wat
  • komt er allemaal bij kijken?
  • Oh ja, lekker Nederlands fietsweertje.
  • Maar goed, help je op en klik. Let's go.
  • Misschien ken je wielrennen wel van tv.
  • Je vader of moeder die in de zomer uren
  • aan één naar fietsen zitten te kijken.
  • [muziek]
  • Naar mannen of vrouwen die hoge bergen
  • trotseren om er vervolgens met een
  • keiharde vaart weer vanaf te gaan.
  • Buiten dat het een populaire sport is op
  • tv zijn er ook een hoop mensen die zelf
  • op de racefiets springen. In Nederland
  • zijn er zo'n 750.000 1000 mensen die af
  • en toe erop uitgaan op de racefiets voor
  • een kort ritje of voor een hele lange
  • rit van misschien wel over de 100 km.
  • Hi.
  • Nederlanders zijn echt weg van
  • wielrennen. Maar wat maakt wielrennen
  • nou zo leuk?
  • Oh Misha wacht. Oh wacht erbij.
  • Niet
  • zo hard.
  • Hey
  • wat ging juist snel hé.
  • Wat goed. Je bent er.
  • Ja. Zo.
  • Misha jij bent profwielrenner en jij
  • rijdt voor één van [muziek] de beste
  • teams in het vrouwenwielrennen. Hoe ben
  • je ooit begonnen? Oh, dat was echt een
  • eh familiedingetje. Mijn oudere broer.
  • Wij waren een soort neptweeling. We
  • deden alles hetzelfde. Dus hij begon
  • toen hij negen was ofzo begon met eh
  • toen wilde ik ook. Ik wilde alles doen
  • wat hij deed. Ook dat dus toen ik eh ja
  • 7 a was toen eh [muziek]
  • begon en nooit meer gestopt.
  • En hoe ging dat dan? Jij stapte op je
  • fiets en het was gelijk: "Nou, dit is
  • een natuurtalent. Hier moet je iets mee
  • gaan doen."
  • Nou nee. Nee, was het maar zo'n feest.
  • Nee. Wat dan? Hoe ging het dan? Nou, ik
  • was ik vond het gewoon leuk om te doen
  • en ik had allemaal lekker vriendjes en
  • vriendetjes op de op de club, dus ik
  • vond het gewoon gezellig. Maar mijn
  • allereerste wedstrijd eh was ik zo moe
  • dat ik na de finish gewoon eh van mijn
  • fiets viel. Ach.
  • En en allerlaatste was geworden. Maar
  • goed, ik eh vanaf daar is het de berg op
  • baarts gegaan.
  • Ja, want nu fiets je echt op superhoog
  • niveau. Maar wat maakt fietsen voor jou
  • nou dat je het zo [muziek] leuk vindt?
  • Oeh, het fiets is heeft zoveel
  • verschillende dingen hè. Je je voelt je
  • vrij, je bent lekker buiten.
  • Ja,
  • maar je kan ook Ja, je je kan gewoon het
  • maximale uit jezelf halen. Je kan alles
  • geven, het zo afzien. Je kan ja, je kan
  • doelen stellen. Super hard zo'n berg op
  • fietsen. Ja,
  • dus dat ja, er zit gewoon heel veel in
  • en dat [muziek] maakt het gewoon het is
  • nooit saai. En als je ja, als je hier op
  • de fiets zit en en je bent buiten dat
  • dat geeft een gevoel van vrijheid. Dat
  • is dat is ongekend. Mooi.
  • Al vanaf het begin dat er fietsen waren,
  • willen mensen wedstrijdjes tegen elkaar
  • doen. De eerste fiets met trappers werd
  • gebouwd in Frankrijk in 1861.
  • En in 1868 was er de eerste
  • wielerwedstrijd die werd gehouden in
  • Parijs en gewonnen door de Engelsman
  • James Moore op jawel een houten fiets.
  • Inmiddels zijn er allerlei wedstrijden
  • voor profs en over de hele wereld en
  • over allerlei verschillen [muziek]
  • terreinen. Dus bijvoorbeeld vlak, hm.
  • maar ook over heuvels
  • of over bergen.
  • Sommige wedstrijden [muziek]
  • duren een dag, maar je hebt ook veel
  • langere wedstrijden. Die duren
  • bijvoorbeeld een week of drie weken. En
  • dan heb je dus bergritten, heuvelritten,
  • vlakritten, allemaal door elkaar. En wie
  • dat parcours het snelst rijdt, [muziek]
  • die wint.
  • En de allergrootste en meest bekende is
  • toch wel de Tour de Frans, de ronde van
  • Frankrijk. En ook die duurt drie weken
  • en baant zich een weg door het hele
  • land.
  • En binnen het deelrennen wordt het wel
  • echt gezien als [muziek] het hoogst
  • haalbare. Maar om die te winnen heb je
  • wel echt een goed team nodig.
  • Maar is wielrennen dan een teamsport?
  • Ja, wielrennen is wel echt een
  • teamsport. Is een beetje een gekke
  • teamsport, want je rijdt met zes of
  • zeven tegelijkertijd,
  • maar er wint er natuurlijk maar eentje.
  • Ja,
  • maar eh nee, het is echt je moet het
  • samen doen, samen een tactisch spel
  • spelen.
  • Ja,
  • dus je kan het eh zeker niet alleen
  • doen. Nee.
  • Heb je wel eens gewonnen?
  • Ik heb wel eens gewonnen. Ja.
  • Ja.
  • Waar was dat?
  • Ik heb eh ik ben NK Neder kampioen
  • tijdrij geworden.
  • Ja.
  • En ik heb de Amsterdrace gewonnen. Dus
  • het waren echt eh twee dromen die
  • uitkwamen.
  • Ja. Wat vet.
  • Ja. Hoe voelde dat dan toen je over die
  • streep ging?
  • Ja, fantastisch.
  • Ja.
  • Ja, dat dat geeft een soort kick.
  • Ja,
  • een soort plezier. Dat eh Ja, dat is
  • eigenlijk niet te beschrijven. Dat is
  • dat is waarvoor je het doet.
  • Ja. Ja. Cool.
  • Kan je kijk,
  • kijk, ze klimt gewoon. Een echte
  • klimmer.
  • Dit doen wij dus in de Tour de Frans.
  • Gaan we zo'n mega lange berg op. Dat
  • vind ik dus zo eng eruitzien. Maar het
  • voelt wel lekker hoor. Moet je nagaan.
  • Als je sprint dan doe je het dus met 60
  • km/u. Zit je zo, ga je zo Oh my god.
  • uit het zadel.
  • Bij buitenadem van deze [gelach]
  • berg.
  • Zo, hier even zitten.
  • Ja,
  • maar goed, jij traint natuurlijk super
  • vaak, maar hoeveel uur zit jij nou
  • gemiddeld op die fiets?
  • Poeh. [zucht] Ja, dat is eh vaak wel
  • meer dan 20 uur in de week. Misschien
  • 25. Ja.
  • Meer dan 20. Zo. En dat doe je op deze
  • fiets.
  • Op deze mooie fiets. Ja.
  • Ja. Zijn er nou grote verschillen tussen
  • onze fietsen?
  • Nou ja, het gaat natuurlijk echt om die
  • om die kleine details. Het moest het
  • echt allerbeste van het beste zijn. Dus
  • hij is
  • hij is heel snel. Hij is eh denk nog wel
  • een stukje lichter dan die van jou ook.
  • Nog lichter.
  • Dat denk ik wel. Ja.
  • Mag ik eens voelen dan het verschil?
  • Zeker voelen.
  • Want ik vind die van mij al zo licht.
  • Oh joh, dit is echt een veertje hier.
  • Deze kan ik misschien wel zelfs met één
  • hand. Huppakee. Kijk,
  • super sterk dat ik dit met één hand
  • gewoon doe.
  • Goed hoor.
  • Echt een vette fiets. Wielrennen kan op
  • de openbare weg. Zo kan je op de meest
  • mooie plekken in binnen en buitenland
  • komen. Maar het kan ook gevaarlijk zijn,
  • want een racefiets gaat een stuk sneller
  • dan een gewone fiets. Plus je hebt dat
  • verkeer waar je rekening mee moet
  • houden. Maar door heel Nederland zijn er
  • wielrenclubs en die hebben hun eigen
  • parcours. Dit is het parcours van
  • wielrenvereniging het stadion. En vanaf
  • een jaar of z kan je hier al van alles
  • leren over fietsen. Dus samenrijden,
  • leren sturen, trainen voor wedstrijden.
  • Dus als je prof zou willen worden, dan
  • kan je hier een mooie basis leggen. En
  • ik ga vandaag met ze meetrainen.
  • Oké, rondje meefietsen met een hele
  • grote groep. Ik ben er klaar voor.
  • [muziek]
  • [zingt]
  • [muziek]
  • Nou, Rosa, jullie gaan wel hard zeg.
  • Ja.
  • Hoe snel ga je nou tijdens zo'n
  • wedstrijd?
  • Nou, meestal gaan we gemiddeld 35 km/u.
  • Zo, dat is snel. En hoe lang doe je het
  • nu al?
  • Eh ik doe het nu 4 jaar.
  • Oké. En wat vind jij er zo leuk aan? Ja,
  • heel veel mensen denken altijd dat het
  • alleen maar fietsen is, maar het is heel
  • veel meer dan fietsen.
  • Ja,
  • want je hebt zeg maar je de snelheid en
  • je hebt echt wel zeg maar techniek
  • nodig.
  • Ja,
  • want als er iemand voor je valt, dan
  • moet je dat wel weten te ontwijken.
  • Maar dat is ook wel eng. Ben je wel eens
  • Ben je wel eens een keer heel hard
  • gevallen?
  • Nee, gelukkig nog niet. Ik hoop dat het
  • nog lang niet gaat gebeuren.
  • Nee.
  • Op de wielenclub leer je dus alle fijne
  • kneepjes voor op je racefiets en er
  • worden wedstrijden georganiseerd op
  • allerlei niveaus voor iedereen. Ook voor
  • die het tot prof willen schoppen. Nou en
  • die gaan hard hoor. Ik doe het liever
  • nog net wat rustiger aan. Oké, ik heb de
  • smaak wel eens bakken. Zullen we nog een
  • rondje doen? Laten we maar even doen.
  • Ja,
  • let's go.
  • Oké, maar niet zo snel weer.
  • Dat is
  • wel die schenen langs je ding hè.