B1Het Klokhuis · 2 juli 13:00
Hoe werkt een rivier?
Transcript
- Dit is de IJsel. Één van de grote
- rivieren van ons land. Want Nederland is
- een echt rivierenland. We hebben de
- Maas, de Waouw, De Rijn en de IJsel.
- Allemaal stromen ze door ons land en
- monden uiteindelijk uit in de Noordzee.
- Maar wat ik me dan afvraag is hoe werkt
- een rivier eigenlijk en waarom stroomt
- hij altijd naar zee?
- Tijd om een stukje te gaan varen met jou
- boswachter Jeroen.
- Zeker.
- Jij bent van eh Staatsbosbeheerde
- IJselvallei en jullie weten alles over
- rivieren en de IJzel.
- Dat klopt. Ik zou zeggen doe een
- reddingsvest aan en kom met me mee. Kijk
- eens.
- Dankjewel.
- Daar gaan we.
- Wauw. Mooi hè?
- Ja.
- Oh, het is echt prachtig paar hier op de
- IJsel. Nou ja,
- en we zitten hier nu rond Oost.
- Wat voor rivier is de IJsel eigenlijk?
- Nou, de IJsel is eigenlijk een aftakking
- van de Rijn.
- En op de kaart kun je dat zien.
- Ja.
- Dat je hier loopt de Rijn en dan vanaf
- Westervoort gaat hij hier omhoog naar
- Deverter, Zwolle, Kampen in het
- Ketelmeer en uiteindelijk helemaal door
- naar de Noordzee.
- Maar hoe propt de rivier eigenlijk aan
- zijn water?
- Nou, een rivier begint altijd bij een
- bron en de IJzel is een aftakking van de
- Rijn. En die rij die begint eigenlijk al
- in de Zwitserse berg. Dus het is een
- combinatie van regenwater, grondwater,
- maar dus ook smeltwater vanuit die berg.
- [muziek] En water stroomt altijd van
- hoger naar lager gelegen gebieden. En
- Nederland is een echt laag land.
- Maar waarom komen al die rivieren dan
- uit in de Noordzee? Want Nederland ligt
- toch voor een groot deel lager dan zeen?
- Ja, dat klopt. Voor een kwart liggen we
- lager, maar driwart van Nederland ligt
- hoger. Hier bij Westervoort
- bijvoorbeeld, daar liggen we 11 me boven
- zeenveau. Maar hier bij Kampen waar de
- IJsel eindigt, daar liggen we 1 me boven
- zeenveau.
- Oh, dus dat is toch een 10m eh
- hoogteverschil.
- Ja.
- En geldt het dan voor alle rivieren?
- Ja, klopt. Het geldt voor alle rivieren.
- Dus de Maas, de Waal en de Rijn.
- Oké, Jeroen, stel je voor dit is de berg
- en dat is de riviergeul. Dan loopt het
- water. Dus komt hij.
- Ja. Via het hoogteverschil
- en door de druk van het water
- zo naar de zee.
- Zo van boven naar beneden. Maar
- Nederland is toch voor een kwart onder
- het zeen? Dus loopt het water dan niet
- ook soms terug?
- Nee. Weet je wat je dan ziet is dat
- rijks water staat allerlei geulen en
- sluizen en pompen plaatst op het moment
- dat het water niet weg kan. En op
- stukken waar dat nodig is, wordt de geul
- uitgegraven.
- Aha.
- Zodat het water makkelijker
- afgevoerd kan worden.
- Oh. naar zee.
- Oh ja.
- Ja. Hoogteverschil is belangrijk, maar
- ook de breedte van een rivier die
- bepaalt hoe snel een rivier stroomt. De
- IJsel bijvoorbeeld waar we nu op varen,
- die stroomt ongeveer [muziek] 3 km/u.
- Oh, dat is best flink. Dus deze appel
- die is over ongeveer één dag bij de
- Monding in de Ketelmeer.
- Als die onderweg niet wordt opgegeten
- wel. Ja.
- [muziek]
- Nederland is een echt rivierenland. Nou
- lopen rivieren meestal niet recht. Ze
- maken bochten en slingeren door het
- landschap. Jeroen, hoe kan dat?
- Nou, dat slingeren dat heet mejanderen
- en dat vind je vaak in een laagland.
- Nederland is een echt laag [muziek] land
- vlak en breed. En daar maakt de rivier
- ruime bochten. Meanders heeten die.
- Oh. En hoe ontstaan die dan?
- Ja, die rivier die stroomt, dat zie je
- hier ook hè, maar niet op alle plekken
- even snel. En [muziek] op plekken waar
- die heel snel stroomt en vooral met hoog
- water, dan neemt hij hele happen uit die
- oeverweg.
- Oh. Dus toen het water hoog stond, dat
- water heeft deze happen er zo uit
- gehaald.
- Ja. Ja. En uiteindelijk als je hier niks
- aan doet, dan steekt [muziek] hij door
- en dan krijg je een nieuwe bocht. Een
- binnenbocht of een buitenbocht of een
- hele rivierarm zelfs.
- Komt hij weer.
- Ja.
- En in de buitenbocht gaat hij dus
- sneller.
- Ja. En dan zie je al, hier neemt hij
- zand en klei mee.
- En dat zet hij hier in die binnenbochten
- zet hij dat weer [muziek] af. Je ziet
- dat hier ook heel goed hè. Dus aan de
- buitenkant neemt hij zand en klei mee.
- En hier aan de [muziek] binnenkant zet
- hij het af.
- En zo maakt de rivier dus steeds grotere
- bochten en gaat hij steeds meer
- slingeren.
- Ja, precies. [muziek]
- En nu lopen we op een verhoging aan de
- oever van de ijzel.
- Ja, dat klopt. En dat kun je daar
- bovenop kun je dat nog beter zien. Oké.
- [muziek]
- Oh ja, de IJsel die maakt hier een grote
- bocht. Ja, hij maakt hier een grote
- bocht en hij zet dus ook allerlei zand
- en klei af en dan vormen zich grote
- wallen en hier is die wal zo groot
- spreken we over een rivierduin.
- Oh, dus vandaar deze kant die
- boerderijen en huizen en dat vee.
- Ja, klopt. We staan hier boven op een
- rivierduin en al heel vroeg kwamen
- mensen hier wonen omdat ze hier hoog,
- droog en veilig waren voor het hoge
- [muziek] water. Want door regen en
- smeltwater traden rivieren ook
- regelmatig buiten hun oefers, waardoor
- Nederland vroeger langs de rivieren heel
- moassig was.
- Oh ja, dus daarom zijn mensen de rivier
- in de loop van de tijd gaan aanpassen.
- Ja, zeker. Zoals hier zie je de
- zomerken. Daarachter waar die auto's
- rijden en die huizen staan, dat is de
- winterdijk. Maar daar tussenin daar
- liggen de uitwaarden.
- Oh ja, dus die winterdijk die beschermt
- dan die huizen daarachter van het water.
- Ja, precies. En ook hebben ze de
- rivieren op sommige plekken smaller
- gemaakt door die kribben, hè. Dat zijn
- die stenen wallen die dwars op de rivier
- staan. Dat hebben ze gedaan om de
- scheepvaart te verbeteren. Gaat het
- water sneller stromen, blijft de vageel
- lekker diep?
- Oh ja, want de rivier is natuurlijk ook
- heel belangrijk [muziek] voor de
- economie, want heel veel goederen worden
- over de rivier vervoerd.
- Ja,
- wat je ook ziet is dat het door
- klimaatverandering in korte tijd heel
- veel regen valt. Ja. En dan krijg je
- overstromingen.
- Ja. En daarom [muziek] geven we op
- sommige plekken ook de rivier wat meer
- ruimte. Hier hebben we bijvoorbeeld een
- gat gemaakt, zodat de ijsel vrij in kan
- stromen en dan ontstaat er allerlei
- mooie riviernatuur.
- Oh, maar hoe ziet een natuurlijk
- rivierlandschap er dan uit?
- Ja, dat ziet eruit zoals waar we nu
- zitten met grote nevengeulen, moerassen,
- hooibossen en [muziek] ruige graslanden.
- En met name die ooibossen is heel
- bijzonder, want die staan regelmatig
- onder water. En je hebt allerlei
- verschillende soorten planten en dieren
- die hier voorkomen. Speciaal het denken
- aan een zilverrijger, maar ook de
- zeearend.
- Die komt hier voor.
- Die komt hier zeker voor. Ja. Wauw. Oh,
- die ben ik spotten.
- Zie
- [muziek]
- rivieren zijn heel belangrijk voor ons
- land, voor de economie. Bijvoorbeeld het
- vervoer van goederen via de rivier. Maar
- we halen er ook ons drinkwater [muziek]
- uit. En ze zijn belangrijk als
- recreatiegebieden en natuurlijk voor de
- natuur. We zijn nu bijna bij de monding
- van de rivier De IJsel. Achter ons ligt
- Kampen en voor ons ligt het Ketelmeer
- [muziek] waar de rivier de IJsel in
- uitmont. Maar hoe ziet de monding van
- een rivier er eigenlijk [muziek] uit?
- Vlak voor de monding gaat de rivier
- langzamer stromen en zet hij allerlei
- zand en klei af en krijg je allemaal
- vertakkingen. Een soort waaier met
- allemaal rivier lopen en allemaal
- eilandjes en zandplaten.
- Oh, dus het water gaat dan gewoon steeds
- nieuwe uitgangen zoeken.
- Ja, een echte Delta.
- Wauw.
- [muziek]
- Dus dit is de rivierdelta bij de Monding
- van de IJsel.
- Ja. Ja.
- En dit is dan een natuurlijke
- rivierdelta.
- Nou, zo ongeveer 20 jaar geleden is hier
- begonnen om allerlei eilandjes weer
- terug te brengen om dat natuurlijke
- karakter weer terug te krijgen.
- Tientallen eilandjes, [muziek]
- moerassen.
- Wauw, dat ziet er echt heel mooi uit.
- En sindsdien zijn er allerlei soorten
- vogels ook weer terug. [muziek]
- Aalschgolves, grote zilverrijgers, maar
- ook de zeearendbroet hier weer.
- Oh, wat gaaf.
- Jazeker. En daarnaast hebben we ook nog
- de otter en de bever. En er zijn echt
- heel veel bevers. [muziek] Je ziet ook
- heel veel verschillende soorten sporen
- van bevers. Misschien vinden we zo nog
- wel wat.
- Oeh, dat lijkt me wel heel bijzonder.
- Oeh.
- Dus nu gaan we één van die eilandjes op.
- Ja, een echt onbewoond eiland.
- Onbewoond eiland. En dat [muziek] gewoon
- hier in Nederland.
- [muziek]
- Zo, even kijken of we nog sporen van die
- bevers en otters kunnen vinden.
- Ja, wie weet.
- し