Terug naar video’s
B1Het Klokhuis · 17 juni 13:00

Wat als je niet kunt praten?

Transcript

  • Praten doen we eigenlijk de hele dag
  • door om te laten weten wat we gedaan
  • hebben, onze mening te geven, een grapje
  • te maken of om te laten weten hoe we ons
  • voelen bijvoorbeeld. Maar er zijn
  • kinderen en ja, volwassenen trouwens ook
  • die dat niet kunnen. Ja, hoe moet je dan
  • iets duidelijk maken? Wat als je niet
  • kan praten? Er zijn meer kinderen dan je
  • denkt die niet of niet goed kunnen
  • praten. Ja, hoe moet je dan zeggen als
  • je geen zin hebt om naar bed te gaan, hè
  • bijvoorbeeld of wat je allemaal voor
  • leuks hebt gedaan afgelopen weekend?
  • Blijven al die gedachtes dan gevangen in
  • je hoofd? Nou, om daarchter te komen heb
  • ik een afspraak met Iefke. Zij is een
  • meisje dat niet kan praten. Eens even
  • kijken of ik ha hier binnen kan vinden.
  • [muziek]
  • Wauw.
  • Hey, sorry.
  • Oh ja,
  • ik ben op zoek naar Iefke.
  • Ja, Iefke stat daar. Dat meisje met die
  • tablet.
  • Zit z
  • zit
  • z.
  • Hey, ik ben de moeder van Ike
  • aangenaam. Ik ben even een beetje in de
  • war, want eh Ike kan niet praten, maar
  • ze staat wel op het toneel.
  • Ja, ik snap de verwarring. En die
  • tablet, dat is eigenlijk een
  • spraakcomputer en daardoor kan ze toch
  • meedoen. Ja,
  • dus ze heeft ook echt tekst.
  • Ja, ze heeft ook tekst. Wat cool
  • eigenlijk niet.
  • Heel mooi wat je net deed.
  • Dank je.
  • Ik hoor het.
  • En hoe komt het dat Ike niet kan praten?
  • [muziek]
  • Oh, Ike heeft het angel syndroom. Dat is
  • een aandoening in de hersenen waardoor
  • je onder andere niet kan praten. Oh, we
  • zijn net klaar.
  • Even kijken.
  • Ja, is goed.
  • Hey, goed gedaan jongen. Ja, ging goed.
  • Nee,
  • tof. Kijk. Hey, kijk.
  • Jij bent dus Iefke.
  • Hoe heet jij?
  • Mijn naam is Pascal. aangenaam.
  • Welke muziek vind jij leuk?
  • Oeh, zo. Dat is wel een moeilijke vraag
  • gelijk. Ehm ja, als ik moet kiezen ga ik
  • denk ik toch wel voor hiphop.
  • Ehm
  • kom eens.
  • Oké. Waar naartoe?
  • En en en
  • ja. Oké. Oh ja, ik ga mee blijkbaar.
  • Nou, blijkbaar ga je mee naar huis.
  • Ja.
  • Heyé, ik zag dat alle tekst van jouw
  • toneelstuk hierin staat. Wat is dit voor
  • bijzonder apparaat? eh
  • ik praat met deze computer.
  • Ik heb natuurlijk nog nooit zo'n
  • apparaat gezien.
  • Ja, ik heb wat drinken voor jullie.
  • Ik vind het gezellig.
  • Ah, ik ook.
  • Nou, ik vind het ook wel gezellig.
  • Ja, we hebben veel bezoek. Vind ik ook
  • altijd leuk als er mensen komen.
  • [gelach]
  • En zou je dit dan kunnen zien als Iefke
  • stem?
  • Als je het zou vergelijken? Het is net
  • als een rolstoel als je niet kan lopen.
  • Daar gebruikt Ivke een spraakcomputer om
  • te kunnen praten.
  • Bijvoorbeeld wat wat zijn jouw hobby's?
  • Bioscoop.
  • Ah, de bioscoop.
  • Pannenkoekenkraam.
  • Ja, we hebben dus een pannenkoekenkraam
  • op de markt één keer in de in de maand.
  • Ja. Of wij allemaal meegaan naar de
  • pannenkoekenkraam.
  • Ik ga mee. Gezellig.
  • Ja. In Nederland zijn er meer dan
  • 150.000
  • kinderen [muziek] die niet of niet goed
  • kunnen praten. Cindy,
  • hoi, welkom.
  • Dankjewel. Eh jij geeft logopedie aan
  • nietprekende kinderen.
  • Ja, klopt.
  • Ja, ik dacht dat het was voor als je wel
  • kan praten, maar als je bijvoorbeeld
  • stottert of slist.
  • Ja, maar dat doe ik niet. Eh ik heb me
  • gespecialiseerd in eh de communicatie
  • bij nietprekende kinderen. Bij mensen
  • die niet kunnen praten [muziek] is er
  • vaak een probleem in de hersenen. De
  • mondspieren worden niet goed
  • aangestuurd.
  • Ja. En dan kan je dus niet goed praten,
  • maar dan zijn er nog wel heel veel
  • andere vormen van communicatie mogelijk.
  • Ja, precies. Denk bijvoorbeeld aan
  • lichaamstaal als je boos bent.
  • Hoe bedoel je?
  • Eh dat bijvoorbeeld.
  • Ehm maar eh ja, er kan meer nodig zijn
  • eh om te communiceren. Lichaamstaal
  • [muziek] is soms gewoon echt niet
  • genoeg. En daarom zijn er deze
  • hulpmiddelen.
  • Wacht even, [muziek] dit zijn allemaal
  • verschillende sprakhulpmiddelen.
  • Het zijn allemaal verschillende omdat
  • het juist zo persoonlijk is wat je nodig
  • hebt.
  • Oké. Eh deze bijvoorbeeld eh hoe werkt
  • dit?
  • Dit is een communicatiekaart [muziek]
  • met allemaal verschillende eh
  • pictogrammen erop.
  • Plaatjes.
  • Plaatjes. [muziek] Ja. Als we nou eens
  • deze nemen. Niet alle woorden kunnen op
  • die eerste pagina staan. Dus de woorden
  • zitten onderverdeeld [muziek] in
  • categorieën, in mapjes.
  • Oh wauw. Ja ja ja.
  • Zo hebben we wel meer opties.
  • Even kijken. Ik zie eten, drinken,
  • [muziek] sport. En stel je wil praten
  • over je hond.
  • Ja.
  • Eh dan ga je natuurlijk naar dieren.
  • En dan kijk je hier wat voor [muziek]
  • dier.
  • Het is echt wel een huisdier.
  • Ja.
  • En daar staat hij al. Hier.
  • Hond.
  • Ja. Zie je?
  • Ja.
  • Makie.
  • Ja. Ja. Ja. Dus door die [muziek]
  • categorieën wordt het eigenlijk wat
  • makkelijker. Dan kan je sneller bij een
  • woord komen.
  • Ja, maar dan moet het je wel voorgedaan
  • worden, hè. Je moet wel leren waar wat
  • staat.
  • Ja,
  • maar er zijn ook kinderen die het niet
  • kunnen aanwijzen en die kunnen
  • oogbesturing gebruiken.
  • Oogbesturing.
  • En jij kan nu niet praten.
  • Hm hm hm.
  • Ehm laten we eerst oefenen. Eh kan jij
  • eens naar het woordje [muziek] leuk?
  • Leuk.
  • Nou. Supersnel. Hm.
  • De computer [muziek] ziet dus aan jouw
  • ogen waar je naar kijkt.
  • Wat vind jij nu echt heel leuk om te
  • doen?
  • [muziek]
  • Hm hm.
  • Schaarts.
  • Oh.
  • Race
  • Olympische Spelen.
  • Ah. Ben je naar de Olympische Spelen
  • geweest? [gelach]
  • Tennis.
  • Tennissen.
  • Hm.
  • Vind je die leuk?
  • Nee, ik Ja. Eh even kijken. Oké, jij kan
  • niet praten. [muziek]
  • Weet ik. Ja, het woord staat volgens mij
  • niet tussen.
  • Stoute hond.
  • Dat was niet wat ik wilde zeggen.
  • [gelach]
  • Ik zet hem even.
  • Oké, dankjewel. Ja. Ja. Eerste keer best
  • intensief voor je ogen nog.
  • Ja, zeker. Maar welk woord zocht je nu
  • eigenlijk?
  • Skaten.
  • Ah, maar het kan ook dat het woord er
  • gewoon nog niet in staat.
  • Maar hoe komen die woorden hier dan in?
  • De mensen die het beste kennen, die
  • kunnen dat erin zetten.
  • Nou, dan weet ik precies wie mij dat kan
  • laten zien. Ester, hoe zorg je ervoor
  • dat de juiste woorden voor Ike in dit
  • spraakhulpmiddel terechtkomen?
  • Ja, we kennen er natuurlijk goed. Dus we
  • zetten de woorden erin waarvan we denken
  • die eh passen bij [muziek] zoals
  • bijvoorbeeld theaterwoorden.
  • Wees nou maar grot.
  • Ik ben eerlijk.
  • Ja, die kijk
  • Ike vindt grappen maken heel leuk. Dus
  • we hebben ook een moppenpagina waar ze
  • grappen mee kan maken.
  • Ja, maar ik kan me voorstellen dat ze
  • ook wil vertellen over dingen die ze
  • niet leuk vindt, zoals [muziek] pijn.
  • Ja, dat is ook echt super belangrijk,
  • want vaak kun je dat niet zeggen of niet
  • waar het dan pijn doet. Dus dan heeft ze
  • ook echt een hele pagina [muziek] over
  • pijn.
  • Pijn.
  • Maar soms wil ze natuurlijk iets zeggen
  • en dat het woord er niet in staat.
  • [muziek]
  • Ja, dat dan maakt ze een gebaar. Snappen
  • we het niet. Dan eh heeft dan een knop
  • ook
  • Hm hm.
  • Van
  • het staat er niet in.
  • En dan gaan we ja en nee vragen stellen
  • en dan proberen we te achterhalen wat ze
  • dan bedoelt.
  • Een beetje zoals het spelletje Hints.
  • Ja, eigenlijk wel.
  • Ja. En dan ben ik wel nog nieuwsgierig
  • of er een hele belangrijke sport in
  • staat.
  • Skaten.
  • Oh, dat weet ik eigenlijk ook niet. Moet
  • even kijken.
  • Lijkt me wel toch?
  • Nee, staat er niet in. Ik kan hem er al
  • even inzetten.
  • Heel graag. Ik zie al allemaal
  • skateboard, maar ik doe met skates. Nou,
  • ik ga even voor de rol schaatsen dan.
  • A jouer.
  • Nou, dan is het nu tijd om te
  • skaten
  • door weer een wind. Zo. Ja.
  • Hey, nu kunnen we racen. Woe.
  • Op naar de pannenkoeken.
  • Pannenkoeken met de lach.
  • Ja,
  • appel.
  • Nou, dat past wel bij het [muziek]
  • lokhuis. Een pannenkoek met appel.
  • Wil jij een pannenkoek?
  • Ja, lekker.
  • Ja,
  • lekker.
  • Ah, Ike
  • jeuk.
  • Ah, dankjewel. Hoppatee. [gelach]
  • Hij is heel goed. [muziek] Nou, deze is
  • van het huis.
  • Heel goed.
  • Wil jij van de hoek?
  • Ja, ik lust wel een paar.
  • Ja.
  • Ja.
  • Wil jij de pankoek?
  • Ja.
  • Ja.
  • Ja.
  • Oké. Waar moet hij heen?
  • Niet zo snel, Ike. Niet zo snel. Niet zo
  • snel.
  • Dankjewel.
  • Eet smakelijk.
  • [gelach]
  • Dankjewel. Jij ook bedankt en heel veel
  • succes.
  • Ja, geweldig dat er spraakhulpmiddelen
  • bestaan, toch Ike? Ja, anders zouden wij
  • nu niet kunnen zeggen hoe
  • lekker
  • deze pannenkoeken zijn.
  • Delicious.
  • Nou, ik vind hem ook wel.
  • Holy moly.
  • Een goeie. Zien tot de volgende keer.
  • Mazzel
  • mazzel.