Terug naar video’s
B1Het Klokhuis · 31 oktober 09:00

Alles over griezelen

Transcript

  • [muziek]
  • Griezelijk ken je misschien van een
  • engel attractie of een spookhuis. Het
  • heeft vaak te maken met het
  • bovennatuurlije. Dat zijn dingen die
  • mensen heel bijzonder of heel spannend
  • vinden, maar die niet echt bestaan,
  • zoals eh monsters, spoken of eh andere
  • enge wezens. Hi. Je kan griezelen het
  • beste zien als het gevoel dat je krijgt
  • als je denkt dat een gevaar is terwijl
  • je eigenlijk weet dat je veilig bent.
  • Zoals de attractie waar ik net in zat.
  • Die was best wel eng. Maar ergens weet
  • ik ook wel dat ik veilig ben. [muziek]
  • Of eh Wam is hier. Jij bent best wel
  • eng, maatje, maar je doet niks.
  • Ehm ja,
  • griezelen kennen we ook van films, games
  • en boeken, zoals die van de koning van
  • het griezelen.
  • Schrijver Paul van Lo.
  • En
  • hij doet ook niks hoor.
  • Oh, oké. Hallo
  • Paul, wat maakt een verhaal nou echt een
  • griezelverhaal?
  • Nou, griezelen heeft op de eerste plaats
  • veel te maken met angst voor het
  • onbekende. En het onbekende heeft weer
  • te maken vaak met [muziek] duisternis,
  • donker, want niemand weet wat er in het
  • donker zit.
  • Ja.
  • En dan is je eigen verbeelding heel
  • sterk. die [muziek] kan van alles gaan
  • bedenken. Stel je voor je bent de
  • laatste mens op aarde en je zit in je
  • huis en dan wordt opeens om de [muziek]
  • deur geklopt.
  • Dan gaat jouw eigen geest verzinnen wie
  • of wat daar wel achter die deur moet
  • staan.
  • Ja.
  • En dat is vaak veel enger dan wat er in
  • werkelijkheid is. Want je eigen geest
  • kan heel griezelige dingen bedenken.
  • Absoluut. En ik heb ook heel veel boeken
  • van je gelezen en daar komen
  • bovennatuurlijke dingen in voor zoals eh
  • weerwolven vampieren. Waarom kies je
  • daarvoor? Het [muziek] spannende aan dat
  • soort figuren is dat ze eigenlijk
  • gedeeltelijk menselijk zijn. Een vampier
  • is een overleden iemand. Een Weerwolf is
  • een mens die een wolf wordt. Het zijn
  • mensen met bovennatuurlijke
  • eigenschappen en dat maakt ze extra
  • spannend.
  • Zeker. Is ook wel spannend. Maar waarom
  • vinden we dat spannende dan zo leuk?
  • Huh? Paul.
  • Paul.
  • [geschreeuw]
  • Ik heb afgesproken met wetenschapper
  • Linda de Voogd. Want ik wil weten waarom
  • we dat griezelen [muziek] naast spannend
  • ook zo leuk vinden. Iets spannend vinden
  • hè. Dat is toch voor iedereen heel
  • anders. Ik vind bijvoorbeeld harige
  • spinnen echt. Maar mijn kleine broertje
  • van negen en misschien [muziek] ook de
  • kijkers die vinden spoken weer heel eng.
  • Wat jullie allebei gemeen hebben, of dat
  • nou spinnen zijn of spoken, is dat
  • jullie dit kunnen zien als iets
  • gevaarlijks. En in zo'n situatie gebeurt
  • er van alles in je lichaam. Eh en je
  • lichaam raakt ja als het [muziek] ware
  • een beetje gestrest.
  • gestrest.
  • Ja, en hoe gestrest gaan we zien aan de
  • hand van hoe mijn hartslag, maar ook de
  • rest van mijn lichaam reageert op een
  • spannend nachtparcours dat Linda voor
  • mij heeft uitgezet. Waar ben ik vandaag
  • beland?
  • Het is hier zo donker en ik zie
  • eigenlijk bijna gewoon niks.
  • Als het goed is gaat hij eerst eh zoteen
  • wat geluidjes horen.
  • Oké. Ja, wat heel erg spannend is aan
  • geluiden, je ziet niks. Niks aan de
  • hand. Niks aan de hand. Niks aan de
  • hand. Oké,
  • dat maakt het extra spannend, want je
  • weet niet precies waar het gevaar
  • vandaan komt.
  • Dit is eng. [muziek]
  • We zien hier dat hij dus wat sneller
  • gaat lopen en dan eh gaat zijn
  • ademhaling ook wat omhoog en dan zie je
  • ook dat zijn hartslag omhoog gaat.
  • Ik moet zoveel mogelijk naar binnen.
  • Er staat zoteen iemand klaar met een
  • [muziek] masker om.
  • Nee, doe normaal, doe normaal, doe
  • normaal. Doe normaal. Die doet
  • natuurlijk helemaal niks, maar dat weet
  • hij niet.
  • Ik kom in vrede. Volgens mij volgt hij
  • meand. Volgens mij volgt hij.
  • Hij moet ook heel erg lachen. Ja, en dat
  • is belangrijk bij griezelen. [muziek]
  • Het is eng, maar het is ook stiekem wel
  • een beetje leuk.
  • Oh nee. Oh nee.
  • Goed gedaan, NS. We gaan hem erbij
  • halen.
  • Hey Linda, echt blij om jou te zien.
  • Ik vond het wel echt heel dapper van je.
  • Ik ben nog gewoon een beetje een soort
  • van aan het trillen.
  • Voel het toch wel een beetje klam aan of
  • niet?
  • Inderdaad.
  • Ja, dat is dus wat er in ons lichaam
  • gebeurt als we bang zijn. Dan maakt onze
  • lichaam er vooral op de handpalmen maken
  • we wat zweet aan. We denken dat dat is
  • omdat we dan wat beter grip hebben.
  • Zoals we weg moeten rennen, dat we dan
  • makkelijker dingen vast kunnen pakken.
  • Wat er ook gebeurt en dat kon je
  • eigenlijk best wel zien op sommige
  • momenten dat je wat sneller ging
  • ademhalen. Klopt.
  • En je hartslag gingen omhoog. [snuift]
  • Nou, dat helpt ook heel erg, want
  • daardoor komt er meer zuurstof naar onze
  • spieren.
  • Eh waardoor we ook weer wat sterker
  • worden en eh wat sneller weg kunnen
  • rennen.
  • Eigenlijk hebben wij soort van
  • superkrachten. Ja, zeker.
  • Ik vond het stiekem ook heel erg leuk.
  • Waarom is dat?
  • Als er iets spannends is, dan maken onze
  • hersenen allerlei stofjes aan, zoals
  • adrenaline en dopamine. Die zijn heel
  • erg belangrijk in die gevaarlijke
  • situatie. Maar die maken we ook als we
  • iets heel erg leuks vinden. Dus
  • bijvoorbeeld als we iets lekkers mogen
  • eten of we mogen een cadeautje
  • uitpakken. En in een griezelsituatie
  • ervaren we die stofjes als een positief
  • gevoel. En dat komt omdat we weten, het
  • is namelijk niet echt gevaarlijk. Er is
  • natuurlijk een cameraploeg bij, dus er
  • gaat niet echt iets gebeuren. Dus
  • eigenlijk om echt te kunnen griezelen is
  • veiligheid heel belangrijk.
  • Heel erg belangrijk.
  • Dan ben ik blij dat jij er bent, want ik
  • voel me nu heel erg fijn.
  • Griezelen vinden we naast spannend ook
  • heel erg leuk. Maar hebben we daar ook
  • iets aan?
  • Jazeker. Want met griezelijk kunnen we
  • eigenlijk oefenen met dapper zijn.
  • Hoe bedoel je dat?
  • Kijk, het is heel erg handig hè om bang
  • te zijn en heel erg belangrijk. Want
  • bijvoorbeeld we komen [muziek] een
  • giftige spin tegen, dan moeten we juist
  • bang zijn, want het is mogelijk
  • gevaarlijk en kunnen we snel wegrennen.
  • Maar soms zijn we ook bang terwijl er
  • eigenlijk geen gevaar is. En dan kan
  • onze angst ons in de weg zitten. En met
  • griezelen kunnen we dan oefenen om onze
  • angsten te overwinnen.
  • Oké. Dus zoals je net als sporten je
  • lichaam traint, kun je met griezelen je
  • gevoel trainen.
  • Ja, je kan bijvoorbeeld proberen je
  • ademhaling wat rustiger te krijgen,
  • zodat je hartslag wat naar beneden gaat.
  • Maar dat zijn ook dingen die jezelf zou
  • kunnen vertellen. Ga je juist iets
  • zeggen waar je nog banger wordt?
  • Dit is dood eng. Dit is dood eng.
  • Grootste monster ooit. Ga weg. Ga weg.
  • Of ga je dingen tegen jezelf zeggen
  • waardoor je juist minder bang wordt?
  • Ik heb eigenlijk wel zin in een
  • suikerspin.
  • Heb ik heel lang niet gehad.
  • Oh ik ben het.
  • Hallo. Dus zo kan je jezelf een beetje
  • trainen met dapper zijn. Maar ja, net
  • als met sporten moet je daar natuurlijk
  • niet te ver in doorgaan en alleen maar
  • iets doen waar je jezelf prettig bij
  • voelt.
  • Nou bedankt Linda.
  • [muziek]
  • Paul,
  • heb jij Paul gezien?
  • Hè?
  • Hey NS.
  • Daar ben je pa.
  • Daar ben ik. Ja.
  • Ben je soms niet bang dat je iets
  • schrijft dat mensen te spannend of te
  • eng zullen vinden?
  • Nee, ik denk het niet, want ik eh zorg
  • altijd dat er grumor in mijn boeken zit.
  • En wat is grumor?
  • Grumor is een combinatie van griezelen
  • en humor. Want ik hou zelf helemaal niet
  • van verhalen met afgehakte hoofden en
  • bloedbaarden. Daar ik hou van griezelen.
  • En er is een groot verschil tussen
  • griezelen en gruwelen.
  • Ah, dus het moet niet te gruwelijk zijn.
  • Nee, bovendien is de lezer gewoon altijd
  • de baas. Als je een boek leest [muziek]
  • en je vindt het heel erg spannend of
  • heel griezelig en je denkt: "Oh, dit is
  • eng." Dan
  • gelijk dicht.
  • Het boek dicht.
  • Ja.
  • En dan lees je verder wanneer je zelf
  • wilt. En jij bent de baas.
  • Ja. En dat is grizelen dus ook, hè. Het
  • [muziek] moet een klein beetje spannend
  • zijn, maar tegelijkertijd ook veilig.
  • Ja.
  • En dan is griezelen ook heel erg leuk.
  • Spannend en zelfs heel grappig. En het
  • leukste aan griezelen is is [muziek] dat
  • je het ook samen kan doen. Wat ben ik
  • toch blij dat ik hier met jou pa ben. Pa
  • pa. Hey jongens.
  • Ah, niet weer dat hoofd hè.