B1Het Klokhuis · 26 oktober 14:00
3-Dubbel compilatie | Kassameisjes
Transcript
- Sharon, zo leuk. Peter heeft me gevraagd
- nee om te trouwen. Nee toch?
- Nee nee nee nee nee. Om mee op vakantie
- te gaan.
- Oh wat leuk. Heerlijk. Romantisch zeg.
- Waar gaan jullie heen?
- Naar Drentheen. Echt zo vet. Oh. H. Is
- daar iets te doen dan?
- Jazekers te weten. We gaan bushkraften
- overleven in het bos.
- Jij? Maar jij haat de natuur.
- Nee hoor. Nee nee nee. Ik vind het
- hartstikke leuk. Gewoon lekker buiten
- slapen, lekker eh wakker worden 's
- ochtends voor de vogeltjes.
- Oh, glamping. Glammen camping met luxe.
- Ja, dat zie ik jou nog wel doen. Ja.
- Nee, Sher nee, nee, nee, nee. We gaan zo
- hop dat bos in. Geen elektriciteit, zelf
- vuur maken. H
- En hoe poets je dan je tanden?
- Met een berkentakje. Heel basic. Leuk
- toch?
- En de wc? Er is toch wel een wc hè?
- Is er ook niet gewoon op de huren in een
- gat in de grond? Oh god.
- Oh jij.
- Oh sherm. Wat moet ik nou doen? Ik ben
- gek op hem.
- Eh waar gaat het over?
- Haar vriendje wil dat ze meegaat het bos
- in. Bushkraften.
- Zij [gelach]
- was dat luxe paardje. Die haalt er nog
- geen dag uit.
- Ja, maar meneer Hoogland, ik ben zo gek
- op hem. Wat moet ik nou doen?
- Oh god, jij bent echt verliefd hè? Ja,
- dan ga je allemaal dingen doen
- veranderen wat je eigenlijk helemaal
- niet wilt.
- Oh ja, wat dan?
- Ik heb 20 jaar geleden gezegd tegen mijn
- vrouw dat ik dol ben op wandeltochten.
- Net als zij.
- Oh en
- nou ja, nu doe ik al 20 jaar
- wandeltochten. Net als zij. Misschien
- moet ik het gewoon een kans geven.
- Nee Sam, als je nu boven een gat gaat
- hurken, wil je volgende keer op jungle
- tocht
- met slangen en spinnen.
- Nee, nee, dat wil ik niet. Wat moet ik
- nou doen? Ik ben gek op hem.
- Sam, luister naar mij. Jij moet hem
- bellen nu.
- Bel hem nu. Oké.
- Hey schatje, met mij. Hoe is het?
- Wat je enkel verstuit met voetballen?
- Nee, dat begrijp ik natuurlijk kan het
- niet doorgaan. Oh schatje, wat jammer.
- Heyé. Na het werk kom ik meteen naar je
- toe, geef ik een kusje op je enkeltje
- poepie. Dag.
- Ik ben gered. Dank jullie wel. Duckies.
- Tik hem aan.
- Tik hem aan.
- Kwaak kwaak kwaak kwaak kwaak kwaak
- kwaak.
- Oh geluk. Wat een geluk.
- Goedemorgen 1350.
- Zo zo net op tijd. Hey heb jij nieuwe
- oorbellen?
- Ah je ziet ook altijd meteen alles hè?
- Zeker te weten. Goud en zilver heb ik
- een speciaal zint voor laat. zien.
- Ik heb ze gekregen van Tony.
- Van Tony? Is het een dikke?
- Hm hm. Ja, ze komen uit Zuid-Amerika.
- Bolivia, CeroRico. Mooi hè?
- Oh nee. Oh jee.
- Wat?
- Nee. Nee. Niks. Niks.
- Wat? Oh jee. En hoezo? Nee, niks.
- Lievert, het zijn echt hele mooie
- bellen. Geniet ervan zou ik zeggen.
- Sam, er is iets. Zeg op, ik kan het aan.
- Oké, maar beloof me dat je geen hekel
- aan me krijgt. Oh,
- een hekel aan jou. Dat kan toch helemaal
- niet.
- Oké. in Bolivia in de Zilvermijnen daar
- is kinderarbeid.
- Wat
- heb ik gezien op televisie? Duizenden
- kinderen vanaf 10 jaar moeten elke dag
- in de mijnen werken.
- Oh nee, wat verschrikkelijk.
- Ja, echt verschrikkelijk. Elke dag hè.
- 10 uur lang in zo'n mijnschacht. Nou,
- oh wat erg. Wat voel ik me schuldig nu.
- Oh, die arme kinderen.
- Ja, maar wat denk je dan van die
- volwassenen? Weet je wat de gemiddelde
- levensverwachting is van een mijn
- werken? Raad is
- 50.
- Lager.
- 45
- lager. 40
- 39 gemiddeld dan hè, omdat het werk zo
- zwaar is.
- Oh, wat verschrikkelijk. Oh, ik ik kan
- die bellen niet houden. Ze branden in
- mijn oren. Ik gooi ze weg.
- Ja, maar dat is ook weer zonde, hè? Dan
- hebben die kinderen zich voor niks te
- barsten gewerkt.
- Oh, wat verschrikkelijk.
- Ja, [gehijg]
- typisch iets voor Tony om iets te geven
- waar ik spijt van heb. Het is een teken.
- Ik geef ze terug en ik zeg: "Tony, lief
- het, het spijt me, maar we passen niet
- bij elkaar."
- En waar gaat het over?
- Over Bolivia, meneer Lisman. Weet u wel
- hoe goed u het hier heeft?
- Ja. U hoeft niet dag in dag uit te
- werken in een mijnschacht voor een heel
- klein beetje eten.
- Nee, u hoeft alleen maar heel de dag
- koffie te drinken en toe te kijken hoe
- wij werken
- op uw dooie gemakie. U bof maar meneer
- Lisman.
- Ja, maar wij moeten weer aan het werk.
- Wat heb ik nou weer verkeerd gedaan?
- Dat is een 1250. Dukie k.
- Goedemorgen.
- Wilt u een bonnetje?
- Zo. En een mangoaard yoghurtdrank.
- Lekker hoor. Bonnetje erbij. Fijne dag.
- Wat zijn er toch veel soorten melk.
- Iedere week is er wel iets nieuws.
- Ja, maar uiteindelijk Sharon komt het
- gewoon allemaal van de koe hè. Al
- eeuwenlang. Al eeuwenlang gaat er iemand
- op een krukie die koe zitten te melken.
- Lijkt me leuk. Gewoon lekker de berg in
- met een leuke losse tuinbroek en dan
- lekker melken. Sharon, denk je dat een
- koe wordt gewoon gemokt door een robot,
- hoor.
- Nee. Oh ja.
- Ja. Ja, die robot weet precies hoe die
- uieners hangen en die stelt zich dan in
- op de koe en die meet alles.
- En de boer dan komt hij niet melken?
- Nee joh, die zit gewoon binnen te
- manage. Het is allemaal niet meer zo
- gezellig hoor op de boerderie.
- Dus die koe die staat dan ergens in die
- stal en er komt opeens die robot binnen
- met zoiets van goedemorgen. Ik ga je
- melken.
- Ja, ik denk het. Vandaag 5,23 L.
- Maar wat vindt die koera dan van? Die
- vindt dat toch niet gezellig? Nou, zou
- ik niet zeggen. Bij mijn oma in het
- verpleegdehuis heb je dus ook een robot
- hè, die zingt voor de bejaarden en dat
- vinden ze net zo leuk. Alsjeblieft.
- Oh, dus je denkt dat het die koe niet
- zoveel uitmaakt?
- Nee joh, Sharon die koe die denkt echt
- niet zoveel hoor.
- Maar zo'n robot is toch heel duur.
- Nee, want een robot wordt nooit ziek,
- verslaapt zich nooit, vraagt nooit meer
- geld en vergeet nooit wat.
- Oh, wat erg. We worden allemaal
- vervangen door robots. Hier zitten
- straks ook twee robots. Goedemorgen.
- Wilt u een bonnetje? Dat is dan 1450.
- [gelach]
- Waar gaat het over?
- En nou meneer Lisman, we worden straks
- allemaal vervangen door robots.
- Zou je denken?
- Ja, dan zijn we allemaal onze baan kwijt
- hè. En u ook?
- Oh. Nou, dan beginnen we gewoon een eh
- een camping in Zuid-Frankrijk of een bar
- in Brazilië.
- Meneer Lisman, dat is echt een geweldig
- idee. Ja,
- toch?
- Laat die robots maar komen. Wij gaan met
- u maar naar Brazilië. Brazil.
- Brail