Terug naar video’s
B1Het Klokhuis · 23 oktober 13:00

Wat doet water in ons lichaam?

Transcript

  • Ja, dat ziet er toch heerlijk uit. Een
  • broodje gezond. Ik zou er zo een lekker
  • hapje van willen nemen. Maar waarom
  • eigenlijk? Omdat ik daar trek in heb.
  • Omdat mijn maag knort. Iemand zei ooit
  • tegen mij: "We eten niet om ons te
  • vullen, maar om ons te voeden. In ons
  • eten zitten allemaal stoffen die
  • belangrijk zijn voor ons lichaam." Dus
  • ik dacht: "We gaan dit broodje gezond
  • helemaal uitpluizen om te kijken welke
  • voedingsstoffen dat zijn.
  • Tada! Zes voedingsstoffen die super
  • belangrijk zijn voor ons lichaam. Ik
  • stel ze even aan je voor. Koolhydraten,
  • water, vitamines en mineralen, eiwitten
  • en [muziek] vetten. Je kunt thuis een
  • potje uit de voorraadkast pakken. Dan ga
  • je naar de achterkant op het etiket en
  • daar zie je ze vaak staan. We doen even
  • alsof ze er zo uitzien, want in het
  • echie zijn ze echt super klein en onder
  • de microscoop zien ze er ongeveer zo
  • uit. Maar hier zien ze er dus zo uit.
  • Deze fijne rakkers laten ons groeien en
  • bloeien. Het is onze energie en
  • onderhoud. [muziek]
  • Maar hoe gaat dat in zijn werk? Waar
  • gaan ze naartoe? Wat doen ze? Laten we
  • bij het begin beginnen.
  • Ik neem een ha. En wat gebeurt er dan?
  • We duiken in de spijsvertering.
  • Spijsvertering betekent letterlijk het
  • verteren van je eten. Sorry even mondv.
  • Spijs is namelijk een ouderwets woord
  • voor eten. Spijsvertering in het kort.
  • Als je eten doorslikt gaat het via je
  • slokdarm naar je maag. De maag kneedt en
  • maalt het voedsel nog fijner en geeft
  • het in kleine porties door aan de dunne
  • darm.
  • En in je darmen, that's where the magic
  • happens. Daar gaan veel voedingsstoffen
  • je lichaam in. Wat je niet gebruikt en
  • je afval komt er weer uit als plas en
  • poep. En hoe dat er echt van binnen uit
  • zet kun je zien met een speciale
  • camerapil. En die ga ik hier innemen in
  • het ziekenhuis.
  • Oké, dus deze pil ga ik slikken en hier
  • zit een camera in en die maakt allemaal
  • beelden van de hele weg. Dus van mond
  • tot kont.
  • Ja, dat klopt. Je krijgt eerst nog een
  • riem om, zodat de beelden straks van de
  • capsule kunnen bekijken. [muziek]
  • Hij doet het nu al.
  • Hij begint al met flitsen. Dan ga ik hem
  • nu innemen.
  • Oh.
  • Kijk. Oh, wat gek. Waar is hij [muziek]
  • nu?
  • Hij is nu in je maag.
  • Eh en hoe lang duurt die reis nu van die
  • pil?
  • Dat is voor iedereen [muziek]
  • verschillend, maar uiteindelijk poep je
  • hem uit.
  • Echt zo gek om te bedenken dat dit nu
  • live mijn maag is.
  • Ik ga hem in een tasje doen en dan kun
  • je hem de hele dag bij je dragen.
  • Super bedankt.
  • Graag gedaan.
  • En wel thuis. Dag.
  • Dank.
  • Ja, ik vind dit zo gek. Ik zit hier op
  • de bank helemaal niks te doen, maar
  • tegelijkertijd is mijn darm mijn darmen
  • zijn gewoon keihard aan het werk en ik
  • voel helemaal niks. Maar er gebeurt van
  • alles.
  • Hij is eruit.
  • Tada, daar is hij weer.
  • Je verwacht het misschien niet, maar in
  • dit broodje zit dus ook water.
  • Zo, er zit echt veel water in. Meer dan
  • ik dacht. En de komkommer eh wint de
  • waterwedstrijd. Maar wat doet dat water?
  • Waar gaat het naartoe? We gaan nog een
  • keer de spijsvertering bekijken, maar nu
  • dus echt even dat water volgen.
  • Oké, dit weten we al. Kau kau slik slik.
  • Even vast voort naar de dunne darm. In
  • de dunne darm gaat er al een beetje van
  • het water uit, maar vooral in de dikke
  • darm gaat dit zo via je darmwand je
  • bloedbaan in. Via je bloedbaan komt het
  • overal. Het gaat naar je hersenen, je
  • spieren, je huid, je botten. Ga zo maar
  • door. Misschien wel de belangrijkste
  • taak van dat water is dat het je bloed
  • lekker vloeibaar maakt. Dus dat het
  • lekker kan stromen en je voedingsstoffen
  • kan vervoeren.
  • Water zit dus echt overal in je lichaam.
  • Je bestaat voor zo'n 60 70% uit water.
  • Dat is misschien wel leuk om met een MRI
  • scan te bekijken. Dit is een MRI, een
  • speciale lichaamsscanner. En hiermee kun
  • je heel goed zien waar allemaal water
  • zit.
  • [muziek]
  • We zijn klaar. Ik kom je eruit halen.
  • Hey Merel, wat zie ik eigenlijk? Nou,
  • wat wit is hier is water. Oké. Oh, wat
  • gek dat dit mijn lichaam is. En hier zit
  • dus bij mijn longen bijna niks, maar
  • hier zit allemaal water gewoon. En ik
  • zie bij mijn hersenen ook heel veel
  • water zitten. Klopt. Daar zit heel veel
  • water. Dat water is belangrijk als een
  • beschermlaagje tegen schokken, maar ook
  • eh is het belangrijk voor je
  • temperatuurregulatie. Dus het houdt je
  • hersenen koel of het houdt je hersenen
  • warm. Dus bijvoorbeeld in de zomer is
  • het warm, in de winter is het koud en
  • door dat water in die hersenen dat zorgt
  • ervoor dat het een beetje dezelfde
  • [muziek] temperatuur blijft.
  • Ja.
  • Even terug naar het water in je lichaam.
  • Dat heeft verschillende taken, maar de
  • belangrijkste is denk ik wel het
  • vervoeren van voedingsstoffen. Toch?
  • Zeker. Ja. En dat gebeurt via het bloed.
  • Het bloed bestaat voor 92% uit water. En
  • die rode kleur komt door de rode
  • bloedlichaampjes.
  • Oké. 92%. Dat water in dat bloed dat
  • zorgt ervoor dat die voedingsstoffen
  • naar de juiste plekken komen.
  • Ja. Ja. Het is een soort rivier. Dus het
  • neemt aan de ene kant voedingsstoffen
  • mee naar de juiste plek en het voert
  • afvalstoffen af en die raak je kwijt
  • door te plassen of te poepen.
  • Oké. Dus die afvalstoffen die log je
  • door het water in je plas en in je poep.
  • En daarom heb je dus nieuw vers water
  • nodig.
  • Ja. En dat is heel belangrijk want je
  • kan wel een maand zonder eten, maar na
  • drie of vier dagen zonder water ga je
  • dood.
  • Zo snel al. En hoeveel water heb je dan
  • nodig op een dag?
  • Ander 15 tot 2 l. Hoe weet je dat je
  • genoeg hebt gedronken? Dat weet je door
  • naar die plas te kijken. Dus ik zou
  • zeggen vull maar. Oké.
  • Tada. Potje met afvalstoffen en water.
  • Ja, dat gaan we vergelijken met dit
  • kleurenschema.
  • Oké.
  • Als je tussen hier en hier zit, dan is
  • het helemaal prima. Als je aan deze kant
  • zit, dan heb je teveel gedronken. Als je
  • hier zit, dan ben je uitgedroogd.
  • [snuift] Laten we even kijken.
  • Ik zit denk ik ongeveer hier.
  • Ja, ik denk ook daar. Ja, dat is
  • helemaal prima. In de ochtend als ik ga
  • plassen, dan ziet mijn plass eren meer
  • een beetje zo uit. Komt dat dan omdat ik
  • de hele nacht niet heb gedronken? Ja,
  • dit is een prima kleur voor een
  • ochtendplas. 's Ochtends is je urine
  • altijd iets geeler omdat je 's nachts
  • niet drinkt. Maar dat is prima. Je hoeft
  • echt niet 's nachts op te staan om bij
  • te drinken.
  • Oké. En hoe komt die plas [muziek] dan
  • aan die gele kleur?
  • Dat komt door de oude bloedcellen. Die
  • maken de plas geel.
  • Aha. Maar hoe komen we nou aan dat
  • vocht? Nou ja, we drinken het
  • natuurlijk. Water is een goede, maar het
  • zit dus ook in je eten. Op naar de
  • lopende band.
  • Welkom bij de lopende bandera. De
  • opdracht: leg het eten op volgorde. Van
  • voedsel waar per hap het minste water in
  • zit naar waar het meeste water in zit.
  • Oké. Ja,
  • de band loopt.
  • Oké. Eh aardbeien, daar zit meer in dan
  • in, denk ik. Wateriijs zit heel veel in.
  • De tijd drinkt
  • ehm suiker. Zit daar überhaupt water in?
  • Haagslag. Oh. Eh zo zo ja, stop.
  • Waterijs, watermeloen, aardbei, drop,
  • hagelslag, suiker.
  • Super
  • goed gedaan. Maar één fout
  • hè. Meer water in aardbeien dan in
  • waterijs.
  • Pak mee die kennis.
  • Dit had ik echt niet gedacht. Maar goed.
  • Nou verder toch wel goed gedaan.
  • We halen dus een deel van het water dat
  • we nodig hebben uit ons voedsel. Maar we
  • moeten ook echt drinken om genoeg water
  • binnen te krijgen. Maar er is dus een
  • dier dat niks nopens nada hoeft te
  • drinken. De kangroerat.
  • Al het vocht dat ze nodig hebben halen
  • ze uit hun eten.
  • Schattig is hij hè.
  • En ze hebben daardoor, je [muziek] ziet
  • ze hier liggen, de allerdroogste keutels
  • en super geconcentreerde plas.
  • En eh over plassen gesproken, ik moet
  • weer even naar het toilet. Daar gaat
  • weer een deel van het water van ons
  • broodje gezond. Tijd voor een
  • afvallozing.