zwakken

to weaken

Stamtijden

Verleden tijd (imperfectum)
zwakte
Voltooid deelwoord (perfectum)
gezwakt
Hulpwerkwoord
hebben

In een echte zin

  • “Volgens Pagasa draait de orkaan maandag naar het noordwesten, zwakt woensdag af en koerst daarna richting de Straat van Taiwan;”Uit dit artikel →

Bewaar dit woord en oefen het later.

Zoek een ander woord