de zegen
blessing
de of het?
deIn een echte zin
- “Leo is 70 jaar, sport met zwemmen en tennis, en gaf aan het eind een zegen.”Uit dit artikel →
- “Hij koppelde de zegen aan een oproep tot vrede en persoonlijke verantwoordelijkheid.”Uit dit artikel →
- “Voor het eerst met kerst sprak paus Leo XIV de zegen urbi et orbi uit vanaf het balkon van de Sint-Pieter.”Uit dit artikel →
Bewaar dit woord en oefen het later.