woonplek
place to live, residential site, place of residence
Vormen die je tegenkomt
- woonplek
- woonplekken
Betekenis
- place to live
- residential site
- place of residence
In een echte zin
- “De man is 37 jaar en heeft geen vaste woonplek.”Uit dit artikel →
- “De Israëlische regering zegt ja tegen 19 nieuwe woonplekken op de bezette Westoever.”Uit dit artikel →
- “Dit is mijn enige woonplek die ik heb.”Uit deze video →
Bewaar dit woord en oefen het later.