vooruitschuiven
to postpone
Stamtijden
- Verleden tijd (imperfectum)
- schoof vooruit
- Voltooid deelwoord (perfectum)
- vooruitgeschoven
- Hulpwerkwoord
- hebben
In een echte zin
- “Naar aanleiding van de onrust kondigde de gemeente extra informatiemomenten aan en schoof zij het definitieve besluit vooruit.”Uit dit artikel →
Bewaar dit woord en oefen het later.