voorbijgaan
to pass
Stamtijden
- Verleden tijd (imperfectum)
- ging voorbij
- Voltooid deelwoord (perfectum)
- voorbijgegaan
- Hulpwerkwoord
- hebben
In een echte zin
- “Hij zit even vast, maar hij loopt buitenom en gaat iedereen voorbij.”Uit dit artikel →
Bewaar dit woord en oefen het later.